Wil Borm. 

Naar een klimaatbestendig land door mee te liften met de natuur

Op  22 april  De Dag van de Aarde organiseren we een lezing over het samengaan van structurele landelijke maatregelen voor klimaatbestendigheid en natuurlijke wordingsprocessen. Hiervoor is het zaak om onze nostalgische drang tot behoud en herstel te laten varen, het heden te accepteren en samen met de evoluerende natuur in te spelen op de komende grote veranderingen op basis van een nationale  langetermijnvisie.

Wil Borm, van een adviesgroep integraal waterbeheer waarover u meer kunt lezen op www.adviesgroepbormenhuijgens.nl, verzorgt deze prikkelende lezing.

Een uitgelezen kans om een andere, goed onderbouwde kijk op de klimaatontwikkelingen te horen. Niet de klimaatontwikkelingen, maar de noodzakelijke reactie daarop vormt de kern van de lezing. Je bent getuige van een bevlogen verhaal, dat zeker zal prikkelen.

 

In de bijlage het artikel dat mogelijk in augustus verschijnt.

Datum: 22 apr.

Tijd: 20.00-22.00 u.

Locatie:De Linde Lambertusstraat 7, Etten Leur

Aanmelden mag: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Toegang: 7 euro

 

Concept

Toekomst voor de natuur in een klimaatbestendig land

Voor al het landoppervlak beneden de zeespiegel, is blijvend een sterk kunstmatige waterhuishouding vereist. De menselijke invloed op onder meer de bodemdaling was zo ingrijpend, dat bouwkundig ingenieur Christiaan Brunings, de grondlegger van Rijkswaterstaat, Nederland al omschreef als ‘het telkenmale opnieuw overgeschilderde doek’.

Vervolgens veranderden het landschap en de infrastructuur in toenemende mate. met als grootste noodmaatregelen de Zuiderzeewerken en de Deltawerken.

Slogans als ‘Zeeland, Land-in-Zee’ en ‘Nederland Waterland’ doen ons verbleken bij het besef hoe zeer de zee het land is ingebroken. De meer dan extreem lage ligging, de beperkte houdbaarheid van onze waterkeringen, bodemdaling, verzilting en zoetwatertekorten maken dat we tot de landen behoren waar de bevolking bij zeespiegelstijging het meeste risico loopt. Nederland gaat als een lekke badkuip een onzekere toekomst tegemoet. We moeten ons terdege voorbereiden op mogelijk geachte klimaatscenario’s. Hiervoor zullen grootschalige systeemmaatregelen volgen en wordt de waterhuishouding verder gereguleerd.

Betekent dit een bedreiging voor de natuurwaarden of schept dit juist kansen?

 

Het jaar 2018

Het voorspelde ‘Zoetwater 2050 klimaatscenario warm & stoom’ werd al in 2018 werkelijkheid.

Het weer werkte in dit droge jaar dan wel niet mee, maar deels kregen we een koekje van eigen deeg. Ook al hebben we een zoetwateroverschot, verspilling door de huidige waterhuishouding zorgt soms voor nijpende tekorten. Voor de lange termijn worden de blijvende gevolgen van de grondwateronttrekkingen bij neerslagtekorten en de toegenomen verzilting een groot probleem.

Aan de nadelen van menselijk handelen is nog wat te doen, in hoeverre we invloed kunnen uitoefenen op het klimaat blijft de vraag.

In de stromende Maas manifesteerde zich blauwalg, het IJsselmeer dreigde te zout te worden, het grondwaterpeil daalde en het gelukkig nog zoete Volkerak bleek van groot belang voor de boeren.

Alle zeilen zijn bijgezet en ternauwernood hebben we het gered. Geen reden om achterover te leunen in de veronderstelling dat we het wel aan kunnen. Er volgt nog een evaluatie van de crisisbeheersing van het watertekort. Voor mens en natuur is blijvende zoetwatervoorziening levensvoorwaarde. Op is op! Voor Vlaanderen is het niet anders. Daar geeft men voor het derde jaar op rij wat betreft droogte code oranje. Nu is duurzame zoetwatervoorziening in het mondingsgebied van de grote rivieren geen onmogelijke opgave. Voor waterkwaliteit, kwantiteit en het tegengaan van verzilting is het zaak het zoete water langer vast te houden in de bodem en als oppervlaktewater. Momenteel verdwijnt nog het meeste zoete water ongebruikt in zee.

 

Naast de droogte vormden prognoses over klimaatverandering en zeespiegelstijging  voor ons in 2018 de aanleiding tot het schrijven van de nota ‘De urgentie van een plan voor een klimaatbestendig Nederland’. Voor er zo’n plan ligt is zijn we minstens enkele jaren verder en zullen vele projecten uitbesteed worden, zonder zicht op het uiteindelijke einddoel. Enige terughoudendheid is dan ook wel gewenst.

Welk klimaatscenario er ook aan komt, het is duidelijk dat we duurzame waterveiligheid en zoetwatervoorziening alle prioriteit dienen te geven.

 

 

Een totaalvisie

Het Deltaprogramma begon met waterbeheer op basis van een evenwicht tussen sectorale belangen. Compromissen creëren aanvankelijk veel draagvlak, maar leiden zelden tot effectieve oplossingen. Planvorming verliest immers flexibiliteit en daadkracht doordat men klem komt te zitten tussen beloftes en bestemmingen

Inmiddels groeit het besef dat er vanuit een totaalvisie gewerkt dient te worden.

Deelplannen behoren, als een onlosmakelijk deel van een groter geheel, gebaseerd te zijn op een landelijke basisstructuur.

 

Voor zo’n landelijke visie is een voortvarende aanpak gewenst.

De vraag is niet wat er zal gebeuren, maar wat er kan gebeuren.

Onvermijdelijke keuzes kunnen niet veel langer vooruit geschoven worden, wil men tijdig voorbereid zijn op elk reëel geacht klimaatscenario. Mitigatie is beter dan adaptatie, ofwel voorkomen is beter dan genezen. ’Wie nu zijn kop in het zand steekt, haalt straks zijn hoofd uit het water.’

‘Si vis pacem, para bellum’ (Als je vrede wilt, bereid je dan voor op oorlog) geldt vergelijkbaar voor onze strijd tegen en met het water. Dit vraagt om een stapsgewijs plan om desinvestering te voorkomen, dat voorbereid is op het meest extreem geachte scenario en bij een milder verloop ook beperkt kan blijven tot samenhangende oplossingen voor rivierwaterberging, zoetwatervoorziening, tegengaan verzilting en een stevige aangroeiende kust.

 

Er wordt inmiddels in het kader van het Deltaprogramma onderzoek gedaan voor de samenstelling van een langetermijnvisie. Dit jaar gaat het Kennisprogramma Zeespiegelstijging van start.

De mate van zeespiegelstijging is nog met grote onzekerheid omgeven en mogelijk blijft dat ook zo.

Een duurzaam Deltaprogramma en een Nationale Omgevingsvisie zouden het beste gezamenlijk nader worden uitgewerkt en juridisch vastgelegd. Beide streven immers naar duurzaamheid en leefkwaliteit en dat biedt perspectief voor een concreet beleid.

 

Samenwerken met water

Het verplaatsen van sediment is per definitie een tijdelijke maatregel en start vrijwel altijd met landschapsvernietiging. Als reactie op de ingreep gaat de natuur het oude evenwicht weer herstellen. Dit geldt onder meer voor afvlakken, suppleren, verdiepen, baggeren, afgraven, ophogen en ontpolderen. Zandige klimaatadaptatie door natuurlijke stroming, erosie en sedimentatie verloopt geleidelijk en is wel duurzaam. De voorwaarden hiervoor kunnen in zekere mate door de mens gestuurd worden met maatregelen als keringen, regelkranen, golfdempers, strekdammen en lagunekades, zodat de natuur vervolgens zelf klimaatbuffers kan opbouwen: Building with Nature.

Zo zal afsluiting van de Nieuwe Waterweg niet alleen zorgen voor een verplaatsing van het kantelpunt zee en rivieren, maar ook voor een verbeterde sedimenthuishouding en doorstroming van nu nog geïsoleerde wateren, het terugdringen van verzilting en een toename van de algehele zoetwaterbuffer. Daar hoeft geen zandzuiger of baggeraar aan te pas te komen.

 

Dreiging vanuit de rivieren

Een te vlotte grote waterafvoer van de rivieren vereist extra bergingscapaciteit in het westen. Die bergingscapaciteit is nu alleen te vinden in de voormalige zeegaten. Hoe meer die ingezet worden, hoe meer spreiding, hoe minder het water opgezet wordt. Dat zoete water willen we ook niet meteen kwijt op zee vanwege de toenemende verziltingsdruk.

De capaciteit is mogelijk uit te breiden met een bekkenberging op zee. Een punt van aandacht voor het Programma Noordzee en voor een vervolg of aanpassing van het OFL adviesrapport Noordzeestrategie 2030 om bij de ruimtelijke ordening op zee opties voor strategische oplossingsrichtingen open te houden.

 

Milieurampen voorkomen

Een vrijwel volledige vernietiging van een waterrijk ecosysteem zagen we bij het wegvallen van het getij in de Biesbosch en na de omslag van een brak estuarien naar een stilstaand eutroof milieu in het Volkerak. Na massale sterfte, uitbraken van botulisme en blauwalg volgden decennia van aanpassing door de natuur aan deze grote veranderingen. Dergelijke milieuwisselingen vormen een extra reden, naast de slecht functionerende vismigratie, om niet met de Kier te werken.

Om dood en verderf bij berging van zoet rivierwater te voorkomen is een groot oppervlak aan zoet of brak water als opvangcapaciteit nodig. Dit luidt het einde in van de verziltinghype die sinds de negentiger jaren in de Zuidwestelijke Delta woedt. Nog nooit was Zeeland zo zout als nu!

De achterhaalde plannen van het Uitvoeringsprogramma ZWD kunnen wat ons betreft van tafel. Waar mogelijk mag de kustlijn verkort worden en het water verzoet ten gunste van natuur, milieu, waterveiligheid en leefbaarheid.

 

De natuur past zich aan, nu wij nog!

Zowel het streven naar oorspronkelijke natuur als het fixeren van een tijdelijke situatie blijken doorgaans utopieën.

Onze meest natuurlijk ogende waterrijke gebieden, zoals Biesbosch, zeegaten, IJsselmeer en Waddenzee zijn cultuurlandschappen en hebben in extreem hoge mate de invloed van menselijk handelen ondergaan. De natuur heeft zich steeds aangepast.

Dat na de Deltawerken diverse wateren niet voldeden aan verwachtingspatronen, is vooral het gevolg van de compartimentering en de blokkade van alle natuurlijke doorvoer van zoet rivierwater.

Wanneer we dit wijzigen en tevens aansluiten bij komende veranderingen, is de weg vrij voor samenwerking met de natuur, voor stroming (waterverdeling en sedimenthuishouding) als abiotische basis voor aquatische ecosystemen. Langzaam dringt het besef door dat we het nooit beter weten dan de natuur. Invulling van biotopen met organismen is niet aan ons.

 

Instandhoudingsdoelen passen niet bij een evoluerende natuur. Met goed bedoelde regelgeving schiet de natuurbescherming zich dan ook in eigen voet. Openbreken van de compleet dichtgetimmerde natuurwetgeving en de ‘bescherming’ van Nationale Parken, Natura 2000, Vogel- en Habitatrichtlijnen en soortbescherming is vereist voor een nieuw en gezond natuurbeleid. Niet alleen natuurregelgeving, maar ook bestemmingsplannen, statussen, visies en wetgeving behoren aangepast te worden of te wijken in het algemeen belang van het behoud van Nederland. Dit aan de hand van een nog samen te stellen toekomstvisie met een sterke centrale sturing door de overheid. Waterveiligheid en leefbaarheid zullen nu eenmaal het toekomstige waterbeheer bepalen. Water is het verbindende element in het landschap en herijking van de landelijke zoetwaterverdeling zal dan ook een bepalende factor vormen. Wat het toekomstbeeld voor Nederland ook gaat worden, voor de natuur is het van groot belang dat veranderingen geleidelijk gaan en  vormingsprocessen continuïteit krijgen. Grijp kansen die zich aandienen. Op naar een progressief natuurbeleid!

 

 

Wil Borm

Adviesgroep Borm & Huijgens                                                  augustus 2019